Uw hoefsmid voor Ede en omgeving
Telefoon: 06-2234 8834 - Email: info@hoefsmid.com
Cytek hoefbeslag
Aan de uitleg wat Cytek hoefbeslag is, ligt een andere vraag aan ten grondslag:
Wat is een paard? Waar komt het vandaan? Hoe zit het in elkaar en hoe is het “bedoeld” te leven? Het antwoordt is even bekend als simpel: het paard is een vluchtdier, gebouwd om tientallen kilometers per dag over verschillende soorten terrein te lopen, waarbij het verschillende grassen en kruiden eet, in de modder van de rivierbedding staat om te drinken en met een roofdier in de struiken, om de soort sterk te houden en voor de nodige inspanning te zorgen. Zodra de mens een hek om een paard heen zet, veranderen we de spelregels; het paard krijgt net teveel of te weinig van dat ene kruid binnen, zijn bewegingspatroon (en daardoor doorbloeding) wordt anders en het zwakkere dier dat anders opgegeten zou worden, krijgt een veulentje met dezelfde eigenschappen. Wanneer we dit gegeven toespitsen op het bewegingsapparaat van het paard, dan zijn er vele zaken waar we rekening mee dienen te houden. Desondanks wordt er wel gesproken dat de slijtage, zoals die in de natuur was en is, niet meer te vergelijken is met de situatie waarin het huidige (sport)paard leeft.

Het klopt natuurlijk dat de eisen die wij aan onze paarden stellen, maar weinig te vergelijken zijn met de eisen die de natuur stelt, maar dat neemt niet weg dat het paard nog wel op dezelfde manier beweegt en ook dezelfde voorwaarden nodig heeft. Voor wat betreft hoefbeslag en hoefverzorging, richten deze voorwaarden zich onder anderen op het afrolpunt, bewegingsvrijheid, ondersteuning en doorbloeding. Met Cytek hoefbeslag is het mogelijk deze voorwaarden dichter te benaderen dan voorheen en dit ziet u direct terug in de houding en beweging van uw paard.


Wat is Cytek Hoefbeslag?
De filosofie achter Cytek is simpel: “het creëren van een hoefijzer dat de paardenvoet de vrijheid geeft te functioneren zoals de natuur het bedoeld heeft.” De basis voor Cytek hoefbeslag is het feit dat het hoefijzer hoofdzakelijk zooldragend is i.p.v. wanddragend. Dit teneinde een betere gewichtsverdeling over de hoef te bewerkstelligen en zodoende een juiste belasting van het hoefbeen te verkrijgen. Daarnaast zorgt dit beslag dat het afrolpunt, bij het afzetten van de hoef, recht onder de punt (van terzijde gezien) van het hoefbeen ligt. Hierdoor ondervindt het paard geen weerstand van de grond bij het opnemen van de hoef. Ten derde geeft het de straal zijn functie terug door hem mee te laten dragen, waardoor het straalkussen beter zijn werk kan doen en de doorbloeding verbeterd.


Hoe werkt het?
Wanneer we een hoef van een paard uit het wild optillen, zien we het volgende; een volle, egale straal, een zeer licht holle, dikke zool en een wand, welke vanaf de witte lijn afgerond (gesleten) is en waar in het toongedeelte de afronding zelfs al ruim voor de witte lijn begint. Al de eigenschappen en onderdelen van de hoef hebben een functie. Wanneer we een paard in gevangenschap houden, dienen wij te zorgen dat deze functies in tact blijven.

Afrolpunt en bewegingsvrijheid.
Wanneer we de wand van de hoef, op de plaats waar het de grond raakt, zijn volle dikte laten behouden en hem daarbij zouden “beschermen” tegen slijtage, beperken we de hoef in zijn bewegingsvrijheid in voorwaardse, zijwaartse en diagonale beweging. De afronding in de toon begint al verder “naar binnen” onder de hoef, namelijk onder de punt van het hoefbeen. Een ijzer moet dus zorgen dat een paard vanaf dat punt een afrol-beweging kan maken wanneer het een pas zet. Door zijn tabs lopende vorm zorgt een Cytek ijzer ervoor dat de afronding bij de zijwanden net buiten de witte lijn beginnen en door de helling in de toon van het ijzer komt het afrolpunt precies onder de punt van het hoefbeen te liggen.

Ondersteuning en doorbloeding.
De afronding van de wand geeft aan dat veel van het gewicht over de zool en straal van de hoef verdeeld wordt. Deze heeft een groter oppervlak dan de wand, dus het gewicht wordt beter verdeeld. Verder zorgt de tegendruk van de grond bij het neerzetten, dat bloed uit de hoef gepompt wordt, waarna het bij optillen (door hartslag en zwaartekracht) nieuw bloed aangevoerd krijgt. Wanneer we de straal en zool uitsnijden (en evt. nog verhogen met een ijzer), zullen de straal en de zool, bij het neerzetten, zakken en niet voldoende druk opbouwen om al het bloed omhoog te pompen. Hierdoor ontstaat een minder snelle verversing van het bloed, wat voor een minder goede aangroei van nieuwe hoorn zorgt. Door de straal mee te laten dragen en onder de zool ruimte te laten, waar grond een natuurlijk “demplaag” kan vormen, behoudt een Cytek ijzer deze functie. Ook zal, door de juiste doorbloeding en hoorn aangroei, de bacterie welke rotstraal veroorzaakt, geen kans vinden om de goede hoorn af te breken.

Het model.
Als we terugkijken naar de paarden in het wild, zien we dat het model van de hoef nagenoeg gelijk blijft. Ongeacht of het nu een groot of klein paard is en of het nu om een voor- of achterhoef gaat. Dit komt doordat er in het model van het hoefbeen nooit meer dan 3% verschil zit. De basis voor het model van de hoef ligt logischerwijs ook in het hoefbeen. Een afwijkend model van de hoefwand heeft vaak dan ook oorzaken die buiten de hoef liggen en deze oorzaken dienen gecorrigeerd te worden.
Het model van een Cytek ijzer is gebaseerd op het hoefbeen en het wordt zo geplaatst dat het afrolpunt precies onder de punt ervan ligt. Als het ware wordt niet de hoef, maar het hoefbeen beslagen. Doordat het beslag zich richt op de basis van de hoef, kan de rest van de hoef zich ook naar die basis (terug) vormen en zullen alle hoefstructuren hun functie weer juist kunnen uitvoeren. Bijkomstig voordeel is dat het “heet passen” van het ijzer niet meer nodig is, waardoor de hoef ook niet uitdroogt door het beslaan.

Samengevat hebben een verbetering van het afrolpunt, bewegingsvrijheid, ondersteuning en doorbloeding hun effect door het gehele paardenlichaam (spieren, pezen, banden, gewrichten, zenuwen, maar ook organen e.d.). Na verloop van tijd laten paarden duidelijk zien dat zij hun lichaam soepeler kunnen gebruiken en u zult er een (nog) vrolijker paard in vinden.

Doorsnede van de phalanx-kolom.
1. Kootbeen
9. Kroonbeenbuigpees (voortz. Opp. buigpees)
2. Strekpees
10. Hoefbeenbuigpees (voortz. Diepe buigpees)
3. Kroonrand
11.Straalbeen
4. Kroonbeen
12. Slijmbeurs vn de hoefkatrol
5. Hoefbeen
13. Straalkussen
6. Verbinding van de hoornwand en wandlederhuid via plaatjes
14. Zoollederhuid
7. Hoornwand
15. Hoornzool
8. Witte lijn
16. Schematische positie van het juiste afrolpunt